Jam gemaakt van wilde appels en sierappels voor de winter.
Om te voorkomen dat gewone appels en wilde appels bruin worden, leg je de geschilde stukken in aparte pannen gevuld met koud water. Giet na het schillen het water af en voeg de hoeveelheid water toe die in het recept staat aangegeven. Kook wilde appels en wilde appels ook in aparte pannen.
- Eiwitten: 0 g
- Vetten: 0 g
- Koolhydraten: 0 g
- Totale tijd:
- Tijd doorbrengen in de keuken:
-
Complexiteit:
Het is eenvoudig en rechttoe rechtaan te bereiden, maar het vereist wel enige ervaring. Niet iedereen kan het de eerste keer meteen goed doen.
- Aantal porties: 1
-
Appels500 G
-
Ranetki500 G
-
Suiker700 G
-
Water100 ml
Schil en ontkern de grote appels, snijd ze in kwarten en doe ze in de eerste pan. Halveer de sierappels, verwijder de steeltjes en bewaar de zaaddozen. Doe ze in de tweede pan. Voeg de schillen van de grote appels bij de sierappels en vul elke pan met de helft van het water.
Zet beide pannen op het fornuis en breng het geheel al roerend aan de kook. Verlaag vervolgens het vuur tot middelhoog en laat het sudderen tot de appels helemaal zacht zijn.
Bereid de ranetki op dezelfde manier. Breng aan de kook en roer regelmatig om aanbranden te voorkomen. Zet het vuur vervolgens laag en laat 20 minuten sudderen.
Pureer grote appels met een staafmixer tot een gladde massa. Pureer eerst de kleine appeltjes met een staafmixer en zeef ze vervolgens door een fijne zeef.
Meng beide purees in één steelpan en bestrooi met suiker. Roer goed door zodat de suiker gelijkmatig verdeeld is.
Laat het 30 minuten zachtjes sudderen op laag vuur. Schep het schuim eraf met een spatel en roer af en toe.
De appel- en wilde appeljam is klaar. Giet de nog warme jam in gesteriliseerde potten en sluit ze af met de deksels.








